Elke vogelsoort heeft een unieke zang, deze is vooral te horen tijdens de broedperiode. Vogels gebruiken hun zang om vogels van het andere geslacht aan te trekken en om hun territorium af te bakenen en te verdedigen. Muziek maken is dus niet echt de functie maar volgens Henkjan Honing, hoogleraar Muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam, is dat niet de enige reden waarom je hun zang niet als muziek kunt definiëren. Volgens zijn onderzoek missen de meeste vogels (die hij onderzocht heeft) gevoel voor melodie en harmonie. Ook zouden ze geen maatgevoel hebben, wat volgens Honing een belangrijk aspect is bij muziek maken. Vogels missen dus enkele essentiële vaardigheden om echt muzikaal te zijn.
Naast een zang hebben vogels ook een roep, deze roep kun je heel het jaar door horen en heeft als functie het waarschuwen van gevaar aan andere vogels. Onderzoek toont aan dat de Amerikaanse Matkop (Poecile atricapilla) verschillende soorten geroep heeft. Zo kan de vogel niet alleen de maat voor gevaar maar ook het soort roofdier doorgeven aan zijn soortgenoten. Handig, niet?
Onderzoek bij Japanse koolmees (zie afbeelding) toont aan dat hun roep onderdelen van complexe grammatica bevat. Ze kunnen betekenisvolle klankreeksen combineren tot nieuwe klankreeksen met een andere betekenis. Grammatica bestaat uit twee onderdelen, namelijk fonologie (klanken combineren tot woorden) en syntaxis (woorden combineren tot zinnen). Fonologie was al eerder gevonden bij dieren, specifiek bij Withandgibbons en roodkruinbabbelaars. Maar dit is de eerste keer dat er ook bewijs is voor syntaxis bij vogels. Toshitaka Suzuki deed onderzoek naar de complexe zang van de Japanse koolmees. Hij kon besluiten dat de zang uit verschillende combinaties van tonen bestaat, deze kunnen gebruikt worden in verschillende situaties zoals bijvoorbeeld: soortgenoten waarschuwen voor gevaar of laten weten dat er eten gevonden is. De combinaties bestaan telkens uit vier tonen (ABCD). Hij onderzocht de combinaties en concludeerde dat ABC een waarschuwingssignaal is en D een signaal om soortgenoten naar zich toe te trekken, bijvoorbeeld voor eten. Ook deze kunnen dan weer gecombineerd worden door ABC-D. Een volgende vraag is dan hoe ABC opgebouwd is. Waarschijnlijk gaat het om fonologie, denken de onderzoekers, omdat het wel in combinaties voorkomt (AB, AC, BC) maar niet afzonderlijk. Dat wil zeggen dat de zang van de Japanse koolmees zowel een fonologie als een syntaxis kent. Daaruit blijkt dat vogeltaal niet zo veel verschilt van onze taal, maar helemaal hetzelfde is het nog zeker niet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten