We kopen eten in de supermarkt maar we hebben geen idee wat we eten. Neem nu bijvoorbeeld diepvriespizza of lasagne met zo'n verukkelijke zachte kaas. Denk je. Want er is niemand die tegen jou zegt dat het
nepkaas is. Deze nepkaas proeft, ruikt en ziet eruit als echt kaas maar bestaat eigenlijk uit zetmeel, geur- en smaakstoffen ( E 410, E412, E 417, E407) en aroma's. Heb je nu nog steeds zin in pizza?
Producenten willen zo'n informatie het liefst verzwijgen maar dat is niet correct want wij hebben het recht te weten wat er in ons eten zit. Meestal verbloemen ze de, zeg maar '
vieze', ingrediënten d.m.v. E-nummers of door gewoon een mooiere naam te verzinnen. Bijvoorbeeld Castoreum, dat is niets anders dan gewoon een ander woord voor bevergeil. Het wordt gebruikt in parfums maar ook in ons eten om een sterke vanille- en karamelsmaak te creëren. Nog andere voorbeelden zijn; Allure Rood AC oftewel steenkoolteer, karmijnzuur oftewel geplette luizen, lanoline oftewel schepenolie en nog veel meer.
Niet alleen verzwijgen fabrikanten graag informatie, de informatie die op etiketten staat is zelfs niet altijd wat het lijkt. Zo zijn bijvoorbeeld toegevoegde vitaminen alles behalve gezond! Vitamine E wordt meestal gewonnen uit benzine en (kunstmatige) vitamine D wordt verkregen door de vergisting van genetisch gemodificeerde maïs. Als er 'natuurlijke kleurstoffen' op de ingrediëntenlijst staat wil dit niet zeggen dat ze 'natuurlijk' zijn, ze zijn nog steeds gemaakt met behulp van chemische industriële processen. Het enige verschil is dat de fabrikant uitgaat van pigmenten die voorkomen in de natuur. Tot slot heb je nog die veelvoorkomende zin: verpakt onder beschermde atmosfeer. Dat is niets anders dan mooiere worden voor 'het vergassen van je voedsel zodat het langer houdbaar is'. (Joanna Blythman, 2015,
Slik jij dat?, Bouillon)

Hoe zit het eigenlijk met die
E-nummers die steeds terug komen? E-nummers zorgen ervoor dat de geur, smaak en structuur van het product bewaard blijft. Het zijn additieven die door de Europese Unie zijn goedgekeurd om te gebruiken in levensmiddelen. Dat klinkt allemaal heel onschuldig maar dat is niet altijd zo. In de dosis waarin ze in ons eten zitten zijn ze niet schadelijk maar van vele kennen ze de langdurige effecten niet. Bovendien moet we er rekening mee houden dat ze tegenwoordig in bijna al ons eten voorkomen en dat we dus veel van die chemische stoffen binnen krijgen op één dag. Er bestaan enorm veel soorten E-nummers, daarom zijn ze onderverdeeld in verschillende groepen: kleurstoffen, conserveermiddelen, antioxidanten, glansmiddelen... We krijgen ze dus op veel verschillende manieren binnen.
Zoveel chemische stoffen kunnen gewoon niet gezond zijn! De fabrikanten hebben door, dat E-nummers consumenten afschrikt en spelen hier slim op in door ze te
vervangen door de naam van de stof. Hierdoor verdwijnen steeds meer E-nummers maar dit wilt zeker niet zeggen dat de producten gezonder worden! Ze zijn nog steeds even chemisch en vies. We nemen als voorbeeld E920, fabrikanten vervangen het door L-cysteine. Dit zegt je nog steeds weinig en niet veel mensen zullen hiervan opkijken als ze dit lezen op een ingrediëntenlijst maar je zult schrikken als je ontdekt dat het gemaakt wordt van menselijke en dierlijke haren. Het wordt gebruikt om te bakken want het zorgt ervoor dat je deeg langer houdbaar blijft. Gezond kun je zoiets niet noemen!
We moeten meer bewust worden van wat we eten en met een kritische blik naar ingrediëntenlijsten kijken. Zolang wij niet veranderen aan onze eetgewoontes gaan fabrikanten dat ook niets doen. De hoeveelheid chemische stoffen en 'vieze' ingrediënten in ons eten is hoog en we zijn ons daar niet eens bewust van. Samen moeten we de realiteit onder ogen zien en er iets aan doen!