zaterdag 23 april 2016

Artikel 5: inspiratie crisis? Geen probleem!

Ben je wanhopig op zoek naar inspiratie? Of kom je net tot de conclusie dat de deadline dichterbij is dan je dacht? Dan heb ik misschien wel de perfecte oplossing, namelijk een blog vol inspiratie! Ik las laatst in de krant over een vrouw die een blog over taal bijhoudt. Perfect voor inspiratie, dus zocht ik het op.

Ik kwam terecht op haar blog, ikhouvantaal. De vrouw achter de blog bleek Ann De Craemer te zijn, een jonge schrijfster met een passie voor taal. Ze heeft al enkele boeken geschreven en nu werkt ze ook als taalcolumniste bij de krant 'De Morgen'. Over haar boeken vindt je op haar blog verschillende recenties en ook al haar artikels en interviews kun je hier vinden. Maar voor inspiratie moet je op de website van 'De Morgen' zijn, want daar heeft De Craemer nog een blog. Op deze blog vindt je verschillende leuke artikels, allemaal gerelateerd aan taal. Zo kwam ik een artikel tegen waarin ze schreef over een Italiaans jongetje dat een nieuw woord heeft uitgevonden, en nog veel meer. Neem dus zeker een kijkje en wordt omvergeblazen door inspiratie.  

maandag 11 april 2016

Artikel 4: Ik tsjirp, jij tsjirpt, wij tsjirpen

Het wordt lente en dat is te horen aan de vogels die elke ochtend vrolijk hun lied zingen. Het klinkt als muziek in je oren en je kunt er soms uren naar luisteren terwijl je geniet van een zonnige dag. Maar is het ook echt muziek? Het gezang van vogels is ingewikkelder dan je denkt en heeft verschillende functies. We proberen stap voor stap de taal van vogels beter te begrijpen door het te onderzoeken en te analyseren. Zo toont recent onderzoek aan dat bepaalde zangvogels gebruik maken van complexe grammatica!

Elke vogelsoort heeft een unieke zang, deze is vooral te horen tijdens de broedperiode. Vogels gebruiken hun zang om vogels van het andere geslacht aan te trekken en om hun territorium af te bakenen en te verdedigen. Muziek maken is dus niet echt de functie maar volgens Henkjan Honing, hoogleraar Muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam, is dat niet de enige reden waarom je hun zang niet als muziek kunt definiëren. Volgens zijn onderzoek missen de meeste vogels (die hij onderzocht heeft) gevoel voor melodie en harmonie. Ook zouden ze geen maatgevoel hebben, wat volgens Honing een belangrijk aspect is bij muziek maken. Vogels missen dus enkele essentiële vaardigheden om echt muzikaal te zijn.
Naast een zang hebben vogels ook een roep, deze roep kun je heel het jaar door horen en heeft als functie het waarschuwen van gevaar aan andere vogels. Onderzoek toont aan dat de Amerikaanse Matkop (Poecile atricapilla) verschillende soorten geroep heeft. Zo kan de vogel niet alleen de maat voor gevaar maar ook het soort roofdier doorgeven aan zijn soortgenoten. Handig, niet?

Onderzoek bij Japanse koolmees (zie afbeelding) toont aan dat hun roep onderdelen van complexe grammatica bevat. Ze kunnen betekenisvolle klankreeksen combineren tot nieuwe klankreeksen met een andere betekenis. Grammatica bestaat uit twee onderdelen, namelijk fonologie (klanken combineren tot woorden) en syntaxis (woorden combineren tot zinnen). Fonologie was al eerder gevonden bij dieren, specifiek bij Withandgibbons en roodkruinbabbelaars. Maar dit is de eerste keer dat er ook bewijs is voor syntaxis bij vogels. Toshitaka Suzuki deed onderzoek naar de complexe zang van de Japanse koolmees. Hij kon besluiten dat de zang uit verschillende combinaties van tonen bestaat, deze kunnen gebruikt worden in verschillende situaties zoals bijvoorbeeld: soortgenoten waarschuwen voor gevaar of laten weten dat er eten gevonden is. De combinaties bestaan telkens uit vier tonen (ABCD). Hij onderzocht de combinaties en concludeerde dat ABC een waarschuwingssignaal is en D een signaal om soortgenoten naar zich toe te trekken, bijvoorbeeld voor eten. Ook deze kunnen dan weer gecombineerd worden door ABC-D. Een volgende vraag is dan hoe ABC opgebouwd is. Waarschijnlijk gaat het om fonologie, denken de onderzoekers, omdat het wel in combinaties voorkomt (AB, AC, BC) maar niet afzonderlijk. Dat wil zeggen dat de zang van de Japanse koolmees zowel een fonologie als een syntaxis kent. Daaruit blijkt dat vogeltaal niet zo veel verschilt van onze taal, maar helemaal hetzelfde is het nog zeker niet!



zaterdag 27 februari 2016

Artikel 3: Er was eens... en toen was er taal.

Ik vroeg me af waar taal ooit begonnen is. Hebben ze gewoon ooit besloten dat bijvoorbeeld een boom, een 'boom' is? Of was het niet zo gemakkelijk? En waarom communiceren we niet op dezelfde manier als dieren of omgekeerd? Ik ben op zoek gegaan naar antwoorden en dit zijn enkele van de conclusies.

Taboe.
De oorsprong van taal is lang een taboe geweest en dus nog niet veel onderzocht door de mensen. In 1966 was er zelfs een wet in Parijs die zei dat er geen speculaties meer mochten gepubliceerd worden over de oorsprong van taal. Dit kunnen we verklaren door het feit dat de oorsprong van taal betrekking heeft op de theorie van Charles Darwin. Darwins theorie werd vroeger in het belachelijke getrokken en zeker door de geestelijke in de doofpot gestoken omdat het in tegenstijd was met de kerkelijke opinie over het ontstaan van de aarde. 

Darwins theorie.
Darwins theorie verwijst dus niet alleen naar biologie maar ook naar taalkunde. Als we zijn theorie toepassen op taalkunde, dan kunnen we concluderen dat het ontstaan van een taal samenhangt met de biologische evolutie van ons taalvermogen en de culturele evolutie van de taalvormen. Doordat we steeds meer zijn beginnen communiceren, zijn onze spraakorganen, gehoororganen en hersenen zich beter gaan ontwikkelen. Dat had als gevolg dat we steeds vlotter en beter konden communiceren.
De mens werd dus geleidelijk aan beter in grammatica en communiceren. Als Darwin gelijk heeft dan is het gebruik van taal dus ontstaan door natuurlijke oorzaken.

Het evolueren van talen.
De studie van pidgin- en creolentalen laat zien hoe eenvoudige talen evolueren en uitgroeien tot complexe talen. Om dit te verduidelijken nemen we als voorbeeld de blanke kolonisten die onderhandelden met indianen. Ze spraken allebei een andere taal, maar om elkaar toch een beetje te kunnen verstaan, vormden ze een nieuwe, simpele taal waar elementen van beide talen in verwerkt zaten. Dit is de pidgintaal. Wanneer kinderen deze (pidgin)taal dan als moedertaal aangeleerd krijgen, ontwikkelt deze taal zich tot een creooltaal. 

Het verschil bij dieren.
Niet alleen mensen maar ook dieren communiceren via een bepaalde taal. Toch er is duidelijk een verschil. Dieren kunnen getraind worden om een bepaalde taal te gebruiken maar er zijn twee stadia die dieren niet kunnen bereiken, namelijk duale encodering en syntactische zinnen. Duale encodering betekent dat afzonderlijke klanken geen betekenis hebben maar klankcombinaties wel. Syntactische zinnen zijn zinnen waarbij losse woorden en vaste woordgroepen aan elkaar gemaakt worden en zo betekenisvolle zinnen vormen. 
Zowel duale encodering als syntactische zinnen zorgen voor de uitdrukmogelijkheden van de mens. Beide fenomenen hebben een lang proces, met veel tussenstappen, doorstaan voordat ze zo gecompliceerd werden als nu. Een voorbeeld hiervan is de -ing-vorm bij het Engels. Vroeger kon je in het Engels alleen maar zeggen: "I am walking" en "I am running", maar niet: "I am thinking" of "I am sitting". De -ing-vorm kon alleen gebruikt worden bij werkwoorden die betrekking hadden op bewegingen. Langzaamaan is dit veralgemeend tot een regel die nu voor elk werkwoord van toepassing is. Zo is alle grammatica en ook spelling ontstaan. 
Het eigenaardige is dat de meeste kinderen die nu Engels (als moedertaal) leren in het begin ook alleen de -ing-vorm toepassen bij werkwoorden die bewegingen uitdrukken. Hieruit kunnen we afleiden dat het kind, bij het leren van zijn moedertaal, een deel van de stadia doorloopt van de evolutie van taal. 




Het is een heel ruim onderwerp en er is nog steeds veel onderzoek naar. Wat we zeker weten is dat het een heel traag proces was met heel veel kleine stapjes. Op de dag van vandaag veranderen de grammatica- en spellingsregels nog steeds en ook de manier van communiceren verandert voortdurend. Zo veranderde de schrijfwijze van 'direkteur' naar het huidig gebruikte 'directeur'. Die regels zijn dus niet uitgevonden om jouw leven moeilijk te maken maar gewoon om ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde spelling en grammatica gebruikt.

vrijdag 5 februari 2016

Betoog: Weet wat je eet!

We kopen eten in de supermarkt maar we hebben geen idee wat we eten. Neem nu bijvoorbeeld diepvriespizza of lasagne met zo'n verukkelijke zachte kaas. Denk je. Want er is niemand die tegen jou zegt dat het nepkaas is. Deze nepkaas proeft, ruikt en ziet eruit als echt kaas maar bestaat eigenlijk uit zetmeel, geur- en smaakstoffen ( E 410, E412, E 417, E407) en aroma's. Heb je nu nog steeds zin in pizza?

Producenten willen zo'n informatie het liefst verzwijgen maar dat is niet correct want wij hebben het recht te weten wat er in ons eten zit. Meestal verbloemen ze de, zeg maar 'vieze', ingrediënten d.m.v. E-nummers of door gewoon een mooiere naam te verzinnen. Bijvoorbeeld Castoreum, dat is niets anders dan gewoon een ander woord voor bevergeil. Het wordt gebruikt in parfums maar ook in ons eten om een sterke vanille- en karamelsmaak te creëren. Nog andere voorbeelden zijn; Allure Rood AC oftewel steenkoolteer, karmijnzuur oftewel geplette luizen, lanoline oftewel schepenolie en nog veel meer.

Niet alleen verzwijgen fabrikanten graag informatie, de informatie die op etiketten staat is zelfs niet altijd wat het lijkt. Zo zijn bijvoorbeeld toegevoegde vitaminen alles behalve gezond! Vitamine E wordt meestal gewonnen uit benzine en (kunstmatige) vitamine D wordt verkregen door de vergisting van genetisch gemodificeerde maïs. Als er 'natuurlijke kleurstoffen' op de ingrediëntenlijst staat wil dit niet zeggen dat ze 'natuurlijk' zijn, ze zijn nog steeds gemaakt met behulp van chemische industriële processen. Het enige verschil is dat de fabrikant uitgaat van pigmenten die voorkomen in de natuur. Tot slot heb je nog die veelvoorkomende zin: verpakt onder beschermde atmosfeer. Dat is niets anders dan mooiere worden voor 'het vergassen van je voedsel zodat het langer houdbaar is'. (Joanna Blythman, 2015, Slik jij dat?, Bouillon)

Hoe zit het eigenlijk met die E-nummers die steeds terug komen? E-nummers zorgen ervoor dat de geur, smaak en structuur van het product bewaard blijft. Het zijn additieven die door de Europese Unie zijn goedgekeurd om te gebruiken in levensmiddelen. Dat klinkt allemaal heel onschuldig maar dat is niet altijd zo. In de dosis waarin ze in ons eten zitten zijn ze niet schadelijk maar van vele kennen ze de langdurige effecten niet. Bovendien moet we er rekening mee houden dat ze tegenwoordig in bijna al ons eten voorkomen en dat we dus veel van die chemische stoffen binnen krijgen op één dag. Er bestaan enorm veel soorten E-nummers, daarom zijn ze onderverdeeld in verschillende groepen: kleurstoffen, conserveermiddelen, antioxidanten, glansmiddelen... We krijgen ze dus op veel verschillende manieren binnen.

Zoveel chemische stoffen kunnen gewoon niet gezond zijn! De fabrikanten hebben door, dat E-nummers consumenten afschrikt en spelen hier slim op in door ze te vervangen door de naam van de stof. Hierdoor verdwijnen steeds meer E-nummers maar dit wilt zeker niet zeggen dat de producten gezonder worden! Ze zijn nog steeds even chemisch en vies. We nemen als voorbeeld E920, fabrikanten vervangen het door L-cysteine. Dit zegt je nog steeds weinig en niet veel mensen zullen hiervan opkijken als ze dit lezen op een ingrediëntenlijst maar je zult schrikken als je ontdekt dat het gemaakt wordt van menselijke en dierlijke haren. Het wordt gebruikt om te bakken want het zorgt ervoor dat je deeg langer houdbaar blijft. Gezond kun je zoiets niet noemen!

We moeten meer bewust worden van wat we eten en met een kritische blik naar ingrediëntenlijsten kijken. Zolang wij niet veranderen aan onze eetgewoontes gaan fabrikanten dat ook niets doen. De hoeveelheid chemische stoffen en 'vieze' ingrediënten in ons eten is hoog en we zijn ons daar niet eens bewust van. Samen moeten we de realiteit onder ogen zien en er iets aan doen!